Heilig Paterke

Heilig Paterke

Het “Heilig Paterke van Hasselt”, Jan Louis Paquay werd op 17 november 1828 in Tongeren geboren als vijfde kind van Hendrik Paquay en Anna Neven. Zowel de Paquay’s als de Nevens waren diepchristelijke families met een eerlijke liefde voor God en de mensen. Arbeid, gebed en inzet voor elkaar was het stramien waarop hun familieleven was geweven.

Jan Louis liep lagere en middelbare school in Tongeren, ging dan naar het Klein Seminarie te St.-Truiden, maar veranderde dan plots van richting en trad in bij de minderbroeders in Tielt. Hij wilde volgeling worden van de H. Franciscus van Assisi. De minderbroeders waren door de Franse Revolutie uit hun kloosters in België verjaagd. De storm van de vervolging was gaan liggen en het kloosterleven bloeide weer op. In 1849 werd Jan Louis Paquay door de eerst provinciaal, Louis Bourgeois, aangenomen in de nieuw opgerichte Belgische Provincie. Hij kreeg de kloosternaam Valentinus.

Op het einde van zijn noviciaat had novicemeester, P. Vleminck als bezwaren om hem toe te laten tot zijn enkelvoudige geloften dat hij te veel bad en vastte. Deze overdreven praktijken wekten het vermoeden van een zekere hysterie, een ongezonde manier om de aandacht op zich te willen vestigen.
Een tweede bezwaar was dat een minderbroeder niet slechts een contemplatief leven moest leiden, maar zich ook wijden aan het apostolaat.

De kandidaat hield aan dit verdict een huiduitslag over. Maar tenslotte werd in de raadsvergadering het roepingsprobleem van frater Valentinus anders bekeken en werd hij tot de geloften toegelaten.
In 1854 op 10 juni werd hij priester gewijd en benoemd bij de communiteit Hasselt, die sinds 1846, op verzoek van de deken Spaas, de dienst in de Onze Lieve-Vrouwekerk verzekerde.

Pater Valentinus wijdde zich aanvankelijk aan de missiepredikatie, maar spande zich zodanig in dat hij er in 1864 door een bloedspuwing mee op moest houden. Van dan af werden hem rustigere taken zoals klooster- en priesterretraites toegewezen. Van dan af werd zijn biechtstoel zijn groot apostolaat. Frequent werd hij geroepen om zieken en stervenden bij te staan. Altijd stond hij paraat. De laatste jaren van zijn leven kreeg hij staar op zijn beide ogen en begonnen zijn hartklachten toe te nemen. Tot drie weken voor zijn dood bleef hij zijn taak behartigen.

banner
  Tau
De Hebreeuwse en Griekse letter Tau is het symbool van de Franciscanen. Het staat voor vrede en zegening en herinnert aan het kruis van Christus. Franciscus ondertekende er zijn brieven mee, bracht het aan op de muren van cellen en zegende er mensen mee door het teken op hun voorhoofd te vormen.
 
     
zoeken

 

 

 

 

 

overleden

broeders overleden gedurende  de voorbije maanden.

 

LEES MEER